Handkranen in de haven

Tussen 1835 en 1884 installeerde de stad 7 ijzeren handkranen aan de kaaien. Ze waren erg krachtig en konden 4 tot 40 ton heffen. Dat was nodig om grote steenblokken, stoomketels en andere machine-onderdelen te kunnen tillen. De eerste handkranen stonden opgesteld aan het Bonapartedok en het Willemdok. De laatste handkraan werd nog af en toe gebruikt tot op het einde van de twintigste eeuw.

HK 4

MET HAND EN TAND

De zoektocht naar betrouwbare ijzeren kranen was moeilijk. In het begin hadden ze regelmatig af te rekenen  met breuken  en andere  mankementen. De eerste handkraan moest worden ingevoerd uit Engeland. Later gingen ook Belgische metaalbedrijven kranen bouwen. Het paradepaardje onder de handkranen was een 40-tonskraan aan de oostkaai van het nieuwe Kattendijkdok. Ze werd in 1869 gebouwd door Cail, Halot & Cie uit Molenbeek. Met acht kraanman- nen aan de zwengels kon deze kraan een lading van 40 ton met een snelheid van acht tot tien centimeter per minuut heffen.

De handkranen konden de groeiende trafiek in de haven onmogelijk volgen. Ze werkten traag en waren niet verplaatsbaar. Vanaf de jaren 1860 ging men op zoek naar modernere kranen, die bij voor- keur door een centrale  energiebron  werden aangedreven: stoom, perslucht of waterdruk.

STUCKENHOLZ

De laatste handkraan werd in 1884 geleverd door de Duitse construc- teur Stuckenholz. Het was een verrijdbare 15-tons montagekraan, bestemd  voor de droogdokken. In 1912 werd de kraan opgesteld  op een vaste sokkel aan het Lobroekdok, waar ze steenblokken  laadde en loste. In 1952 verhuisde ze nog een keer naar het ‘nieuwe’ Lobroekdok, waar ze bleef staan tot 2008. Na een grondige restauratie kreeg ze een definitieve standplaats aan de voet van het MAS.

HK 5